Cultureel Amsterdammen

Momenteel is Amsterdam het Nederlandse walhalla voor journalistieke fotografen. Al enige tijd is het elke dag een drukte van een jewelste in het Stedelijk Museum waar Magnum Photos zijn 60 jarige bestaan viert met een tentoonstelling. Grappig vond vooral het feit dat men voor dit soort projecten geen rijen opgehangen foto’s meer nodig heeft; naast een grote V-vormige tijdslijn midden in de zaal (waar slechts een selectie van de foto’s hing, aangevuld met wat quotes) prijkten vier beamer-scherm-combinaties die werden aangestuurd door vier afzonderlijke computers. Men klikte op een bepaalde naam in de lijst en binnen vijf minuten zou dan een slideshow volgen met foto’s van de opgevraagde fotograaf. Simpel doch effectief systeem waardoor ik toch net iets langer bleven hangen dan we aanvankelijk dachten.

Inhoudelijk straalde de hele expositie naast de overige pretentieuze tentoonstellingen in hetzelfde gebouw (wat krijg ik een hekel aan videokunst). De tijdslijn had veel te vertellen en ook op de schermen was het variabel genoeg om interessant te blijven. Daarbij vind ik het altijd bijzonder om nieuwe namen te leren kennen, zodoende verliet ik de tentoonstelling met zes potentiële helden op een kladblaadje.

Na een halfuur door het centrum te hebben gedwaald kwamen we bij deel twee van het middagje cultureel Amsterdammen. Het FOAM (Fotografie Museum Amsterdam) mag dan veel kleiner zijn dan het Stedelijk Museum, inhoudelijk bleek het vele malen sterker. Het betrof twee tentoonstellingen: De eerste was een vreemde reis door de gebouwen van de DDR die achter werden gelaten en sindsdien onaangetast bleven. Om het geheel vast te leggen voor het nageslacht werden twee kunstenaars (de gebroeders Fuchs) ingezet die gebruik zouden maken van een immense technische camera. En dat is goed te zien aan de kwaliteit; door de vele scherptediepte is elk detail duidelijk te zien, zelfs de kaften van de boeken konden gelezen worden. De prachtige kenmerkende kleuren, statische shots en overvolheid van interpretatie deden mijn bloed warmer worden. Wat was dat fantastisch.

De andere expositie betrof een serie gemaakt door een jonge vrouw (Jessica Dimmock) die hoogte kreeg van een drugsappartement in New York en daarvan een nare serie over het verval van de mens neerzette. Ik vond het fascinerend hoe ze doormiddel van stilstaande beelden een hele documentaire wist uit te stippelen en elke bezoeker het kippenvel op de rug wist te geven. De kleine verhaaltjes werden nog eens verduidelijkt door een slideshow op een tv-scherm waar af en toe monologen van de bewoners te horen waren. De gehorigheid van de kamers waren niet heel optimaal voor het geluid, maar dat zag ik door de vingers gezien de rest al als een huis stond.


Geplaatst op 12-04-2008 #