Het is vreemd hoe je als filmliefhebber de overschakeling van kijker naar maker doormaakt. Haast onderbewust in mijn geval, maar zodra het opvalt begint alles wat je hoort, ziet en opneemt te vormen naar film. Ik denk in scènes. Ik spreek in camerastandpunten. Het is een vreemde omslag voor mijn omgeving en ik merk dat velen mijn gebrabbel ook niet begrijpen, maar daar kamp ik al langer mee. Ik blijft immers een filmliefhebber die verder gaat dan de gemiddelde arthouse favoriet. “Bah, kijk jij zwart-wit films uit de jaren ’20, da’s toch hartstikke saai?” Nee hoor.
Anyway, ik ben een filmmaker. Of word, want momenteel werk ik nog aan de weg naar professie. Tijdens die weg droom ik regelmatig over wat ik later zou willen maken. In mijn hoofd vormt dan een IMDB profiel met een dertigtal films waar ik uiterst trots op ben. Van apocalyptische zombiefilms tot vier uur durende neo-noir drama’s. Om een kijkje in mijn hersenpan te geven selecteerde ik een drietal eerder gepubliceerde media van verschillende materiaalsoorten die ik graag zou willen verfilmen. Daar zijn een boek, een game en (mijn hemel) een film.
Toiletten verteld het verhaal van de naamloze protagonist (met zijn liefde voor videogames) en zijn vriendinnetje Loes die na een opvallend korte tijd gaan samenwonen. Het appartement is opvallend klein, maar door de verwijdering van een eerder geplaatste muur is er een vreemde situatie ontstaan. Er zijn twee Toiletten. Een overbodige luxe.
De herkenbaarheid van de vertelling is voor mij heel erg groot, ik las de novelle net toen ik het uit had met mijn toenmalige vriendinnetje en sindsdien is het verhaal blijven plakken. Daarbij komt de originaliteit voort uit de situaties waarin de personages belanden. Het heeft soms iets surrealistisch, maar dat zit zo onderhuids dat het pas na 5 keer lezen eruit komt. En dan nog blijft het beperkt tot de sfeer. Daarbij visualiseerde ik meteen bij de eerste leesbeurt de boekenmarktscène in de kerk. Ik zag al die stoffige boeken. De altijd drukpratende Loes. De bemoeizuchtige man achter de toonbank. De protagonist die toegeeft niets van boeken te weten (en ik daarom alle leesbare tekens via SFX verander in vraagtekens, beetje Gondry-achtig achtergrond grapje).
Toen ik Niels over de verfilming sprak zag hij een avant-gardistisch portret waarin er continu voice-over te horen is en we de hoofden van de personages nooit te zien krijgen. Dat was me iets te radicaal - begrijp me niet verkeerd, ik houdt van Brakhage en Anger, maar dat is niet wat IK wil vertellen.
Ikzelf zou het meer orthodox aanpakken. Weinig soundtrack. Alles uit de hand geschoten. Veel gespeel met belichting en vreselijk veel details in de achtergrond. Het enige dat me enigszins tegenhoud is de lengte van de novelle. Als ik dichtbij het verhaal blijf verwacht ik een kortfilm van hooguit 40 minuten, en dat is niet wat ik wil. Ik wil een anderhalf durend alles omvattend liefdesverhaal dat de herkenning uit het boek behoud. En sowieso geen voice-over.
Toiletten zou mijn eerste featurefilm worden en de productie is eigenlijk al begonnen; ik schreef een introscène en heb wat losse fragmentjes geschetst, maar nergens krijg ik grip op wat ik precies wil neerzetten. Ik denk dat ik te dicht bij het boek blijf.
Omdat gameverfilmingen alleen maar worden gemaakt door actiebeluste idioten ben ik geneigd om een ingetogen horrorfilm te maken naar het verhaal van de vierde Silent Hill, The Room geheten. De verfilmingen van de eerste twee delen had zo zijn momenten, maar in de tweede helft viel het onstabiele dienblad vol glas – dat de gameverfilming tot nu toe is geweest – op de grond. Het is ook niet makkelijk, want games zijn voornamelijk gebaseerd op de beleving ervan en daar schiet nog wel eens een gelaagd verhaal tussendoor, maar bij The Room had ik daar geen last van. Natuurlijk zou ik wat vrij moeten zijn om de level-based structuur in een algeheel verhaal te verweven, toch staat het qua scènes als een huis.
Het plot heeft een simpel uitgangspunt waarin Henry Townsend wakker word in zijn appartement en erachter komt dat de weg naar buiten wordt geblokkeerd door ondoordringbare sloten. Hij zit opgesloten in zijn kamer en als speler krijg je meteen een gevoel van claustrofobie. Als Henry dan in de badkamer aankomt ziet hij een gat. Het verhaal vervolgd wanneer hij daarin kruipt en getuige is van een aantal gruwelijke en onverklaarbare moorden. Telkens keert hij weer terug in zijn appartement die ook de nodige veranderingen ondergaat, of cru gezegd, de kamers veranderen in de verschrikkelijke wereld waar hij continu naartoe reist.
De vreselijk nare sfeer en de surrealistische benadering schreeuwen om een verfilming. Eens zien of ik een film ook écht eng kan maken. Het zou een uitdaging zijn om geen gebruik te maken van schrikeffecten, maar een langzaam rijzend gevoel van angst dat in de laatste 10 minuten zijn hoogtepunt ervaart. Dan heeft de game naar het schijnt meerdere eindes en daaruit kies ik dan toepasselijk de meest verschrikkelijke. Ik zou het eens moeten herspelen voor een uitgebreider filmidee, maar vooralsnog is dit het meeste wat ik op het scherm getoverd krijg.
En dan eindig ik met een redelijk recente film, zelfs zo recent dat op het beeldje van Tilda Swinton geen enkele vorm van corrosie heeft gevormd. Zij won (onterecht) de Oscar voor beste vrouwelijke bijrol in de film Michael Clayton. Eentje waar ik mijn kop ook niet vanaf kon krijgen. Clayton is verre van een meesterwerk, maar ergens heel diep zat een heel interessante film verstopt. De verveeldheid zat voornamelijk verstopt in onkunde van het script; er werd te veel met juridische termen gegooid in zo’n hoog tempo dat ik pas na een half uur doorhad waar ik naar zat te staren. Daarbij had Michael’s familiedrama (gescheiden, mot met z’n zoontje, mot met z’n drugsverslaafde broer) helemaal weggelaten mogen worden. Ik zou me meer richten op het juridische gedeelte en de gekte van Wilkonson’s personage.
Het verhaal zou bij mij afspelen in de jaren ’80 en een soort van hypnotiserende cinematografie en tevens soundtrack gebruiken. Dan zou ik kiezen voor een Patrick Bateman (American Psycho) aanpak, maar zonder de camp en de moorddadigheid van de protagonist. Clayton zou een koelbloedig persoon zijn, die zich langzaam iets te veel verwikkeld in de vreselijke daden van zijn gek wordende partner. Swinton’s Oscarwinnende karakter zou ik minder wisselvallig laten worden en vooral het einde zou ik helemaal wegknippen. Geen oplossing. Meer een soort van juridische meditatie. Damn, het lijkt zo wel heel erg op American Psycho.
Dat is zo’n beetje wat in mijn hoofd rondzweeft. Losse ideeën van toekomstige films. Concepten die misschien ooit eens uitgevoerd gaan worden. In ieder geval hoop ik dat ik duidelijk ben geweest, als betwijfel ik dat ten zeerste, want ook voor mij zijn het slechts losse flodders.
Geplaatst op 12-03-2008 #
